Vandaag belooft een lange en zware dag te worden. De laatste etappe van de Camino Primitivo die me door de bergen naar Melide leidt. Daarna is het nog twee dagen wandelen over de Camino Francés, het meest belopen pad naar Santiago de Compostella. Ik schrik deze ochtend wakker van andere pelgrims en merk dat ik wederom door mijn wekker ben heen geslapen. Een goed begin is het halve werk…

Snel pak ik mijn spullen bij elkaar, doe mijn rek oefeningen en zoek beneden mijn schoenen bij de houtkachel. Ik eet een boordje kaas en besluit om na deze reis veganistisch te worden. Kaas komt me inmiddels mijn neus uit (vooral die kleffe Spaanse). Nu is juiste moment, aangezien ik me steeds bewuster word van de impact van de vlees en zuivelindustrie op de aarde en de invloed van vlees en zuivel op jezelf en de dieren. Dus na deze reis stop ik ermee, maar voor nu moet ik mijn veganistische en zero-waste principes even aan de kant zetten. Op de camino is eten, eten en dieetwensen zijn moeilijk.

Kippenvel op blote benen

Sanni, Daniel en Isaac, de pelgrims die ik gisteren ontmoette, doen het liever rustig aan in de ochtend en dus besluiten we om elkaar vanavond weer te zien. Of onderweg, aangezien zij toch sneller lopen dan ik. Het is droog als ik de herberg uitstap, maar de donkere regenwolken hangen onheilspellend op me te wachten. Aangezien ik niet weer de hele dag met een natte broek wil lopen, besluit ik hem maar alvast af te risten. Liever natte benen en droge kleren. De ochtendkou tovert kippenvel op mijn onderbenen en ik trek mijn sokken zo hoog mogelijk op.

De geur van natte dennenbomen prikkelt mijn zintuigen. In de verte hangen mistwolken tussen het plooiende heuvellandschap en wanneer de zon doorbreekt verdampt het ochtenddauw van de bladeren en het kippenvel van mijn blote benen. Ik trek mijn regenponcho uit en geniet van het uitzicht. Ik groet de honden en koeien, geniet van de bloemen en kleine dorpjes die ik passeer.

De borden aan de kant van de weg zijn door mijn voorgangers volgeschreven met aanmoedigingen. En die aanmoedigingen heb ik steeds meer nodig. Een van de borden zegt ‘you have everything what you need inside of you’, maar ik voel alleen maar stekende pijn. Een stopbord wordt ‘don’t stop walking’, maar soms kan ik niet anders dan stilstaan tot de steken zijn weggetrokken. Gisteren liep ik toch op een te hoog tempo mee met de anderen en dat voel ik vandaag.

Bijkomen in Neverland

Na een kilometer of acht snak ik naar een rustplaats. De eerst bar die ik tegenkom is helaas gesloten en dus hink ik verder. Even verderop komt er muziek uit een herberg en wanneer ik voor de deur sta wordt net het nieuws op Radio 538 aangekondigd. Ietwat verbaast weet ik niet in welke taal ik de eigenaren moet groeten. Deze herberg blijkt gerund te worden door een Nederlands stel, maar helaas kan ik er geen pauze houden en dus loop ik het bospad weer op.

De steken in mijn heup en knie worden met iedere stap erger. Soms sta ik zo lang stil dat ik me begin af te vragen of ik de eindbestemming wel ga halen. Een groep fietsende pelgrims sjeest me voorbij, maar helaas zonder bagagedrager om achterop te springen. Wanneer ik aan de andere kant het bos weer uitloop, stuit ik op een huis met een bel en een bordje ‘ring to enter neverland‘. Nieuwsgierig trek ik aan de bel.

Een man met lange, grijze krullen, een baardje en een gouden, ronde bril opent de deur en stelt zich voor als Peter. Zijn speelse puppy van zeven maanden groet me alsof ik zijn beste vriendje ben. Peter is een dromer. Na zijn eigen camino besloot hij hier te settelen en blijkbaar is hij niet de enige in deze streek.

In zijn kelder verkoopt hij zelfgemaakte kettingen en armbanden van edelstenen en leer. Daarnaast is hij ook muziekproducers. Hij nodigt me uit in zijn huis, waar een met houtvuur verwarmde kookhaard de ruimte verwarmt. Hij roostert er kastanjes voor me en zet koffie. De lekkerste koffie die ik de hele camino geproefd heb. Een kruidenzalfje moet mijn pijnlijke knie verzachten, net zoals de muziek die door de boxen schalt.

Huilend in Melide

een camino wegwijzer: nog 77 kilometer

Hoe dichter we bij het einde komen, hoe meer geluksstenen Pelgrims achterlaten op de richtingsaanwijzers.

Ondanks de warmte en gezelligheid moest ik Neverland en Peter (Pan) weer verlaten. Met een beetje pijn in mijn hart wel. Ik heb twee opties nu: of nog een kilometer of 18 door de bergen lopen, maar dan zit er niks anders op dan lopen tot ik de stad Melide bereik, aangezien het 18 kilometer aan bospad zal zijn. En dus besluit ik voor optie twee te gaan: ik volg de verharde weg naar de snelweg, wat ook nog een eind lopen is, maar waar vandaan ik wel een lift kan krijgen naar Melide. Mijn lichaam kan niet meer.

Lopen over een asfalt weg helpt niet met de pijn. Iedere stap dreunt door mijn botten en geeft pijnscheuten door mijn hele onderlichaam. Mijn trouwe, blauwe wandelstokken voelen op dit moment meer als krukken die me overeind houden. Na een kilometer zwoegen benader ik een man die naast zijn auto staat. Via Google Translate vraag ik of hij toevallig naar de snelweg gaat, wat helaas niet het geval is. Wanneer ik weer aanstalten maak om verder te lopen, biedt hij me gelukkig toch een lift aan.

Waarschijnlijk hebben we een giga miscommunicatie gehad, maar deze beste meneer bracht mij niet naar de snelweg, maar reed zo’n 20 minuten over die snelweg om me in Melide af te zetten. Mijn reddende engel, hoewel ik zijn dag waarschijnlijk verpest hebt, maakte hij de mijne. Ik strompel de laatste kilometer naar een herberg, waar ik uitgeput mijn stapelbed inklim om vervolgens mijn ogen uit te huilen. Ik probeer de pijn eruit te huilen. De fysieke en mentale. Wat een reis. Ik vraag me af hoe ik in Santiago aan ga komen.


Gerelateerde blogs:

– Dag 1: de start van mijn pelgrimsreis
– Dag 2: wanneer de regen maar niet stopt
– Dag 3: de Camino voorziet
– Dag 4: Grenzen leren respecteren
– Dag 5: vriendschappen in een natte kroeg