Na het helse laatste stuk van gisteren heeft mijn lichaam moeite met opwarmen. Alle drogen kleren die ik nog heb, draag ik in laagjes over elkaar en de avond breng ik door onder een omgeslagen deken. Er zijn slechts drie andere pelgrims in het hostel en geen van hen in mijn kamer slaapt. Een nachtrust zonder snurkende mensen zal me vast goed doen.

De volgende ochtend ben ik al vroeg wakker. Het Camino ritme nestelt zich in m’n lijf. Ik merk dat het iedere dag ietsjes later licht wordt, maar aangezien het droog is besluit ik geen moment langer te wachten. Ik trek m’n nog natte schoenen aan – de vele kranten die ‘s nachts het vocht moesten absorberen mochten helaas niet baten – en loop het dorpje uit.

De paden zijn een grote modderpoel waarin m’n schoenen snel nog natter worden. M’n wandelstokken hebben we meermaals gered van een spagaat in de zwarte drab. Ik doe m’n best de bewegwijzering te zien in het donker en ondertussen bel ik met een vriendin die al wakker is op dit vroege tijdstip. Ik heb geen zin om alleen te zijn.

Samen in dat ene café 

Op het pad langs de snelweg en weilanden kom ik de Zwitserse Bianca tegen, met wie ik gisteren een stuk samen liep tot de regen ons uit elkaar dreef. Ze vertelt dat we gisteren de lange route hebben genomen van niet 23 maar 27 kilometer. Ik wist niet dat er meerdere routes waren, maar het verklaard waarom er maar geen einde aan de weg leek te komen. Ook blijkt het stel me gisteren voor het hostel in Abadìn afgezet te hebben. Dat is een dorp verder dan de plek waar ik naartoe aan het lopen was. Bijna alle pelgrims schuilden in de regen in het pelgrimshostel in Gontán, vandaar dat ons hostel zo rustig was.

Bianca en ik praten vooral over het weer van gisteren en de voorspelde vlakke route van vandaag. Als we na een uurtje lopen aankomen bij een cafeetje besluiten we er koffie te gaan drinken. Je weet immers nooit wanneer de volgende opduikt. Andere pelgrims gaan net weg en niet veel later komen er nieuwe reizigers aan. Bekende reizigers: de Italiaanse David met wie ik heel graag een goed gesprek wil voeren, maar hij spreekt naast Italiaans alleen Frans. Mijn Frans is niet goed genoeg om het over de vervuilende en mensonterende industrie die achter smartphones schuil gaat te praten, wat we desondanks toch al twee dagen proberen. David loopt samen met de Italiaanse Alexander en zijn Zwitserse vriendin Marien. Ik ontmoette hen al op de vooravond van de start van mijn camino, erg gezellige mensen

Natte sokken

M’n blarenpleisters zijn gaan zwemmen in mijn natte schoenen en dus vervang ik ze met gewone pleisters. Maar het mag niet baten, lopen in natte schoenen en sokken is hoe dan ook naar. Iedereen die me ziet stuntelen met m’n pleisters geeft andere goedbedoelde adviezen, maar de held van die dag ontmoet ik een paar kilometer na het café. M’n tenen doen bij iedere stap meer pijn en dus besluit ik nog meer pleisters te plakken. Ik neem plaats op een steen in het modderig bos en trek m’n natte sokken uit. Een groep vrouwen loopt langs en vraagt of het goed gaat. ‘Heb je geen teencondoom?’ zegt de Amerikaanse. Ik lach en kijk haar met een vragende blik aan. ‘Hier, ik heb er nog wel een voor je’, en ze graait in d’r backpack naar haar EHBO-set.

Een teencondoom, zoals meerdere pelgrims het ding noemen, is een zachte, elastische en herbruikbare ‘pleister’ die je om je teen heen schuift. Perfect voor wanneer je blaren hebt, of als je ze wilt voorkomen. Dankbaar schuif ik het ding om m’n teen en plak m’n andere teen vol met pleisters.

De Camino voorziet

Het Franse stel van de eerste dag loopt voorbij als ik weer opsta en we lopen samen verder over het vlakke (!) bospad. Ondanks de pijn – al doet het teencondoom wonderen – is het zo fijn om geen bergen op of af te hoeven. In m’n beste Frans vertel ik het stel over gisteren en zeg ik dat ik in Vilalba, onze eindbestemming voor vandaag, opzoek ga naar een regenponcho. Ik begrijp hun antwoord niet helemaal, maar als we even later pauze nemen om wat fruit te kopen, haalt de mevrouw een regenponcho uit haar tas. Ze legt me uit dat deze poncho korte mouwen heeft en dat ze er daarom eentje met lange mouwen heeft gekocht. Deze was nu voor mij. Dankbaar neem ik hem aan en ik beloof haar dat ik de poncho aan het einde van m’n camino doorgeef aan iemand anders die hem nodig heeft.

‘De Camino voorziet’ is iets wat ik al vaker heb gehoord. Maar ik sta versteld van hoeveel het mij heeft voorzien in de afgelopen 24 uur. Van wildvreemden die je meenemen, tot mensen die je pleisters en teencondooms aanbieden en nu krijg ik zomaar een regenponcho. En dat blijkt nog niet alles wat me vandaag wordt aangeboden.

Vroeg op de middag kom ik aan in Vilabla. In het hostel doet het gerucht de ronde dat de herberg die morgen op de planning staat bedwantsen heeft. Niet fijn, maar geen ramp als je een goede slaapzak hebt. Maar laat ik die nou net niet hebben… De eerste nacht kwam ik er al achter dat niet alle herbergen (genoeg) dekens hebben, iets waar ik wel op had gerekend toen ik alleen m’n lakenzak inpakte. En dus besluit ik opzoek te gaan naar een slaapzak.

Vilabla is een wat groter drop, dus ergens moet ik vast een slaapzak kunnen vinden. Ik vraag de hostelmedewerkster waar ik moet zijn en vijf minuten later komt ze terug met een slaapzak in haar handen. ‘Hier, deze mag je wel hebben. Ik weet niet of je erin past, maar je kunt hem gebruiken als deken’. Het blijkt een kinderslaapzak van haar neefje te zijn, die hem inmiddels ontgroeid is. Dankbaar bind ik hem vast aan de buitenkant van m’n tas.

Blaren prikken en andere gezelligheid

Het hostel is een gezellig samenkomen van vrolijke pelgrims. Allemaal blij met het weer en de makkelijke wandeling van vandaag. Bianca leert me hoe ik blaren moet doorprikken. Iets wat totaal niet moeilijk blijkt te zijn, maar je moet het maar een keer gedaan hebben. In het dorp haal ik teencondooms voor m’n andere tenen en zalf zodat m’n voeten niet uitdrogen. Ik stop m’n natte schoenen vol met kranten, geniet van de beste douche die ik deze week ga krijgen, eet samen met de David, Alexander en Marien en ik probeer bij te komen van de 72 kilometer die ik de afgelopen drie dagen heb gelopen. Nu de pijn van m’n voeten iets minder is, merk ik pas hoeveel pijn m’n knieën doen. Ik strompel rond door het hostel en vraag me af hoe dat morgen moet gaan. Maar dat is een zorg voor morgen, eerst doe ik een nieuwe poging om met David te praten.


Gerelateerde blogs:

– Dag 1: Camino de Santiago: de start van mijn pelgrimsreis
– Dag 2: Camino de Santiago: wanneer de regen maar niet stopt
– Reizen zonder te vliegen: Mijn co2 uitstoot
-San Sebastian Reisgids: doen, slapen en camino info