De opkomende zon geeft ons een schitterend vergezicht over een ontwakende stad, juist wanneer wij de rust van de bergen tegemoet stappen. Het is mijn eerste dag op de Camino del Northe en vandaag gaat de route landinwaarts: nog 200km tot aan Santiago de Compostella. 

Je kunt de Camino de Santiago, de weg naar Santiago, waar en wanneer je wilt starten. Vanuit heel Europa leiden er routes naar dit bedevaartsoord en sommige van mijn medepelgrims zijn al maanden onderweg vanaf hun eigen huis. Lang niet allemaal vanwege religieuze overtuigen. De meeste mensen lopen de route net als ik voor het avontuur, om na te denken en om van de natuur te genieten. Mijn startpunt is Ribadeo, waarvandaan ik zo’n 200 kilometer zal lopen naar Santiago de Compostella.

zonsopgang over Ribadeo tijdens de Camino del Northe

Vanaf hier blikken we nog een laatste keer terug op de zee en Ribadeo. Vanaf nu loopt de Camino del Northe niet meer langs de kust.

Onder begeleiding van de maan

Om half 6 ’s ochtends sta ik naast mijn bed. Het is koud en mijn dunne afritsbroek is wellicht iets te optimistisch. Maar zodra de zon opkomt wordt het vast beter. Ik stop de weinige spullen die ik bij me heb in mijn 30 liter backpack, werk de nodige bak koffie naar binnen en begin aan mijn Camino.

Samen met Elizabeth, een pientere Filipijns-Amerikaanse dame van 62 die onder mij in het stapelbed sliep, stap ik de herberg uit. De volle maan staat nog hoog aan de hemel terwijl wij onze weg uit Ribadeo zoeken. De route staat over het algemeen goed aangegeven met gele pijlen, maar in het donker is het soms even zoeken naar de wegwijzers.

Tegen zonsopgang beklim ik met een lach op m’n gezicht de eerste heuvel, het uitzicht is schitterend. Maar het duurt niet lang of de eerste tranen druppelen al over m’n wangen als ik tijdens het lopen aan het appen ben met een geliefde. Afstand nemen, dat was een van de redenen dat ik de Camino ging lopen. Bewijzen dat ik zelfredzaam ben. Dat ik dit kan; fysiek en mentaal. Afstand nemen van een reuma-diagnose die ik in m’n jeugd kreeg. Afstand nemen van depressieve gevoelens die me vast hielden. Ik kan dit. En ik ga dit doen! Hoe zwaar het ook gaat worden.

Ik app terug dat ik over een week misschien weer app en stap door. Langzaam komt die lach terug, als de zon op magische wijze het schaduwspel van de bergen in de verte zichtbaar maakt. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik bewust van een zonsopgang genoot?

Je eigen pad bewandelen

Ik ben inmiddels op Elizabeth vooruit gelopen. Het mooie aan de Camino is dat iedereen zijn eigen tempo loopt. Soms loop je samen. Vaak loop ik alleen.

Mijn vrij ongetrainde benen houden zich goed staande tijdens de eerste 15 kilometer. Het is koud en het waait flink. Ik doe m´n best andere pelgrims bij te houden, maar leer later pas dat ik alleen mezelf voorbij loop als ik dat probeer. De meeste pelgrims hebben al veel kilometers in de benen en lopen sneller dan ik. Maar ik doe m’n best: ik stap stug door en gun mezelf niet zoveel pauze, want het beloofd een lange dag te worden.

De weg loopt door de groene heuvels van Galicië. Sommige stukken wandel ik over smalle bospaadjes, andere over asfaltwegen langs weilanden. Af en toe kom ik een eenzaam huis tegen of een klein dorp, maar de natuur overheerst. Op deze eerste dag hoef ik slechts zelden langs een autoweg te lopen. Hoe anders zou deze tocht zijn geweest voor de komst van asfalt en Camino route-Apps op je telefoon.

Een Camino pijl met uizicht over de bergen

Ik in een eucalyptusbos in Noord Spanje tijdens de Camino de Santiago

Op sleeptouw met mede-pelgrims

Na een kilometer of 18 ontmoet ik een gepensioneerd Frans stel wat al weken aan het lopen is. Hun Camino begon bij hun huis in Noord-Frankrijk. We praten wat in een mix van Engels en Frans en eten bij het eerst volgende café samen. Ik besluit om na een korte stop door te lopen, omdat er regen is voorspeld. Maar mijn lichaam vindt deze Camino na 20 kilometer al helemaal niks meer. Bij iedere stap heuvelafwaarts schieten er steken door m’n knieën en heupen. Het Franse stel haalt me uiteindelijk in en wenst me een buen camino, een goede reis.

Na een uur gelopen te hebben neem ik pauze op een schommel in een verlaten tuin en kijk ik toe hoe Elizabeth de heuvel op komt lopen. Ze heeft het zwaar en komt bij me zitten. Deze mevrouw die ik vanochtend nog lichtelijk irritant vond heeft inmiddels mijn respect. Deze barre tocht naar Santiago heeft ze al meermaals voltooid. Ze vertelt over de vriendschappen die ze gedurende de jaren heeft gemaakt en hoe ze na de dood van haar man al die vrienden opzoekt en de wereld over reist.

Camino de blaren

Zittend op de schommel ontdek ik m’n eerste blaar – eigenlijk meteen m’n eerste drie – en Elizabeth vertelt me dat ik altijd ’s ochtends al m’n tenen moet intapen om dit te voorkomen. Iedere pelgrim blijkt z’n eigen anti-blaren technieken te hebben, zo leer ik gedurende de week. Ik moet de mijne nog leren.

Het is nog een paar kilometer te gaan naar onze eindbestemming Lourenzé. Vanochtend was ik sneller dan Elizabeth, maar nu strompelen we samen moeizaam de laatste berg op, om hem daarna nog moeizamer af te lopen. Lourenzé is in de verte zichtbaar en dat doet ons goed. Na een volle dag lopen komen we laat in de na-middag aan bij een simpele pelgrimsherberg. We hebben geluk en bemachtigen de laatste twee vrije bedden.

27 kilometer lopen en drie blaren verder: ik heb mijn eerste etappe voltooid. Strompelend loop ik de trap op en kruip in het bovenste stapelbed op onze 20-persoonskamer. Ik vraag me af hoe ik hier in Godsnaam weer uit ga komen. M’n lichaam doet pijn. Ik ben moe. Het is koud. En ik sta liever niet stil aan de gedachte dat ik morgen weer op pad moet.

Dit is het eerste blog in de reeks ‘Mijn pelgrimsreis naar Santiago’.
Houd We are the Earth in de gaten voor nieuwe blogs. Like de Facebookpagina of volg me op Instagram