De lucifer knettert als ik hem over het strijkvlak van het doosje schaaf. Met de vlam die ontstaat steek ik het stukje wierook aan. Een walm van herinneringen vult de kamer en mijn gedachtes dwalen af naar waar deze geur vandaan komt: Nepal. Diepe herinneringen vinden langzaam een weg naar de oppervlakte van mijn geheugen. Ik kijk naar de kaars die samen met die wierook brand en dwaal af in mijn gedachtes.

Even waan ik mij terug in de smalle straatjes van Thamel. Ik loop vanuit het vrijwilligershuis naar mijn vaste eetplekje aan de andere kant van de wijk. Langzaam loop ik de drukke straat over zodat de hordes taxi’s en motors zich, al toeterend, een weg om mij heen kunnen banen. Ik word begroet door een groep giechelende meisjes in blauwe schooluniformen. Ze klemmen hun schriften onder hun arm terwijl ze hun handen tegen elkaar vouwen en met een grote glimlach ‘Namaste’ naar me roepen. Ik groet hen terug en loop snel links het smalle steegje in. Bihsmel steekt zijn hand door het raam van zijn winkel ‘schuurtje’ als hij mij ziet. ‘Namaste didi. Tea?’ Ik schud zijn hand en zeg dat ik misschien later vandaag nog langskom.

Ik vervolg mijn weg door Thamel waar ik om de vijf meter wordt toegeschreeuwd door taxichauffeurs. Als ik in het Nepalees antwoord dat ik geen taxi nodig heb staken ze hun pogingen mij over te halen. Bij de tweede drukke straat die ik mag passeren laat ik het verkeer zich weer een weg om mij heen vinden. Want zo gaat dat hier. Niemand zal stoppen om je over te laten steken, maar als je je voeten langzaam voortbeweegt kom je heelhuids aan de overkant.

IMG_7479

Ik passeer een tempel waar een mevrouw wierook brandt en bellen luid, om de Goden wakker te maken. Achter de kleine tempel ligt een steegje dat maar weinig mensen gebruiken. Hoewel ik mij in het midden van Thamel bevind, beland ik in een oase van rust wanneer ik hier doorheen wandel. Een paar zwerfhonden kijken op als ik langsloop en ik passeer wat mensen die boodschappen doen bij de slager. Zodra ik de hoek om ben laat ik de rust achter me en even verderop stap ik een klein restaurantje binnen. Het zit bijna vol. Mensen eten Dhal Bhaat met hun handen en hebben op luide toon gesprekken. Het gaat veel te snel voor me om te volgen, maar ik geniet van het tafereel. Ze lachen, misschien om mij, waarschijnlijk om iets anders.

Ik bestel wat te eten en sla mijn boek open om verder te lezen. De gesprekken raken naar de achtergrond terwijl ik letter voor letter het verhaal ingezogen word. Didi brengt me echter al snel terug naar Kathmandu. ‘Mitho Khanchoe didi’, eetsmakelijk zus, zegt ze terwijl ze een bord eten voor me neerzet. Ik kijk om me heen. Rechts staat een klein altaar waar wierook brand. Links zitten wat mensen. Achter mij is de familie druk in de weer al het eten klaar te maken. Met mijn blik op de wierook, waarvan de rook in sierlijke bewegingen de ruimte vult, neem ik een hap. Dit is de geur van Nepal denk ik bij mezelf terwijl ik moeite doe de opkomende tranen tegen te houden. Door al het moois vergeet ik soms te melden dat ze voor mij de pepers beter achterwegen kunnen laten.

Nepal is wierook.

Durbar Temple

Gurkha Durbar

De wierook die deze en nog vele andere herinneringen naar boven bracht heb ik van Tashi Factory. Een webshop met Nepalese fairtrade producten.