[:nl]

Studio 22 doemt op wanneer ik de hoek omloop. Vlaggen dansen in de harde wind die over het Mediapark Hilversum woeit. RTL, NPO, ntr, VPRO, de letters dansen door de vlagen, als een dronken man die ongefocust over een koor balanceert. Ik zoek de ingang van deze volkomen nieuwe wereld. Als productiestagiair bij VPRO Reisseries is dit voorlopig mijn nieuwe onderkomen.

Een beetje misplaatst voel ik me wel. Ik ben een schrijver, geen producent. Ik kan teksten redigeren, maar regie is een andere tak van sport. Puzzelen met zinnen is mijn hobby, maar creatief boekhouden met Franstalige bonnetjes… Gelukkig is het beiden vindingrijk.

Niet alleen de taken zijn volkomen nieuw, ook de taal die er gesproken wordt is een geval apart. Ik stond erbij en keek ernaar. Of eigenlijk, ik zat vooral en luisterde aandachtig. Vreemde talen worden niet alleen in verre landen gesproken, onbekende vaktermen klinken mij net zo onbegrijpelijk als Chinees of Russisch.

Bij het doornemen van het verwerkingsprotocol waren mijn stagebegeleidster en een college met elkaar in gesprek: “Wie is de camjo hier?” – “Weet ik niet, ik zal zo even kijken. Heb jij de contenttypen voor de avid voor mij? Dan zoek ik de archiefrechten uit” – “Fijn, ja STL of SRT wat wil je?”

Mijn blik ging van de een naar de ander terwijl ik mijn best deed het verhaal te volgen. “Wat is een camjo?” onderbreek ik hen uiteindelijk. Mijn stagebegeleidster lacht vriendelijk. “Een camera journalist. Iemand die in z’n eentje beeld, geluid en interviews doet.” Ik knik en print alle nieuwe termen in mijn geheugen.

Inmiddels is mijn focubulair al aardig uitgebreid. Ik weet dat de avid een bewerkingsprogramma is, dat SRT over ondertitelbestanden gaat en dat archiefrechten cruciaal zijn in het mogen uitzenden van materiaal. Als productiestagiair bij het maken van toffe reisseries krijg ik in de eerste weken al de meest uiteenlopende taken geserveerd. Zo heb ik al tig telefoontjes gepleegd met producenten, vertaalbureaus, redacteuren en een erg tevreden kijker.

Misplaatst of niet, ik kom er wel. Langzaam integreer ik in deze nieuwe wereld. Ik zal de codetaal leren en de bedrijfscultuur omarmen. Wie weet ben ik over een tijdje wel een ‘redpro’: een redacteur-producent. Dan kan ik vast de hele wereld aan.[:]